Bewapening

Wat als de realiteit de fictie inhaalt?

Vol goede moed sprong ik vanochtend uit bed (Oké, nee, dat is niet waar. Ik kroop als een zwalpende zeeman uit mijn bed en liep met mijn nog slapende smoel bijna tegen de deur. Dat krijg je als je al dagen, weken, maanden na elkaar om 6u opstaat 😉 ).

Waar ik wél vol goede moed aan begon, was het reviewen van hoofdstuk 2 van Bewapening. In februari al had ik het manuscript overhandigd aan twee van mijn proeflezers om er al eens met de grove borstel door te gaan (iets wat ze maar al te gretig deden zo bleek, maar daarover later meer). De bedoeling was – is! – om eerst hun opmerkingen te verwerken en het dan te overhandigen aan een tweede reeks proeflezers.

Maar toen begon ik te lezen en stuitte op de volgende scène (geen spoilers, I promise):

Maar tot er meer zekerheid was over de manier waarop deze epidemie zich precies verspreidde, lagen de vampiers in quarantaine. Niemand mocht erbij. Ook mensen niet. Het verplegend personeel werd dagelijks getest op mogelijke besmetting. Hun job was immers niet zonder risico.
Het gedeelte voor de patiënten was provisoir verdeeld in aparte ‘kamers’ door verrijdbare tussenschotten en gordijnen die met duimspijkers in het plafond vast zaten. Ik wandelde aan de gezonde kant van de glazen muur. In het doolhof van stof en staal ving ik glimpen op van bedden. Ze waren bijna allemaal bezet. Hoeveel vampiers waren er eigenlijk ziek? Dit was maar één ziekenhuis. In één stad. Was dit een wereldwijd fenomeen? Of beperkte de ziekte zich tot Antwerpen?
De vampiers lagen aan infusen met witte en gele vloeistoffen in. Hun gezichten waren ingevallen, hun lippen dun en vol korsten. Iemand gaf net bloed over toen ik passeerde. Ik versnelde vooraleer dat tafereel op mijn netvlies gebrand stond.
Een verpleegster passeerde me met een berg bebloede lakens in haar armen. Haar schoenzolen piepten op het linoleum. De flikkerende TL-lampen reflecteerden het wit van haar ogen. Haar mond ging verborgen achter een mondmasker.

Bewapening, scène uit hoofdstuk 2, geschreven door Nadia De Vriendt (alle rechten voorbehouden)

Dit stuk schreef ik in september 2019. September! Behalve wat tekstuele wijzigingen is er inhoudelijk niets veranderd. En eerlijk… ik vind het zelf creepy.

In september 2019 was corona nog gewoon een lekker Mexicaans biertje dat vooral in de zomer lekker wegdrinkt. Er waren geen mysterieuze pandemieën.

En toch ben ik er blijkbaar in geslaagd om er al over te schrijven…

Ondertussen hebben we kennis mogen maken met dat beestje genaamd COVID-19 en is mijn ziekenhuisscène helemaal niet meer dat onwerkelijke, bijna uit het sovjettijdperk-stammende, beeld dat ik wilde neerzetten.

Nee, het is alledaagse werkelijkheid.

Dus….

Laat ik dit erin of niet?

Als het boek uitgegeven wordt, zijn we weer enkele maanden verder. Natuurlijk denken lezers dan meteen dat ik mijn mosterd gehaald heb bij de corona-epidemie. Het is niet meer origineel, niet meer spannend. We hebben het meegemaakt.

“Eruit!” hoor ik jullie zeggen.

“Kill your darlings!” echoot er door mijn hoofd.

Maar wat als die “mysterieuze ziekte” de aanzet geeft tot wat er in de rest van het boek staat te gebeuren?

Met andere woorden: gaat COVID-19 zorgen voor een zware plotwijziging?

Wat vinden jullie?